Laagtaalvaardige gezinnen

In het ene gezin wordt meer gepraat dan in het andere. Kinderen uit gezinnen waar weinig gepraat wordt, hebben in hun eerste jaren veel minder kans om een flinke woordenschat te ontwikkelen. De omvang van de woordenschat heeft een grote invloed op het leren lezen en het leren begrijpen van teksten.

Daar komt bij dat in gezinnen waar weinig wordt gepraat, de taal over het algemeen minder gevarieerd is en minder uitnodigt tot interactie. En die interactie is juist belangrijk voor de  taalontwikkeling. Een zwakke talige omgeving thuis resulteert dus in een  achterstand bij de start op school en die achterstand is later bijna niet meer  in te halen. Veel kinderen hebben er dus baat bij als er meer taal wordt  gebruikt in het gezin.

Taalgebruik van  ouders bepalend

Het taalgebruik van de ouders is het meest bepalend voor de taalontwikkeling  van jonge kinderen. Taalvaardigheid en de interesse in (voor)lezen worden dus  voor een belangrijk deel overgedragen van ouder op kind. Wanneer er thuis  weinig aandacht is voor (voor)lezen, is de kans groter dat kinderen achterop  raken in hun taalontwikkeling. Dit risico doet zich sterker voor in gezinnen  waarin de ouders door laaggeletterdheid geneigd zijn om (voor)lezen te  vermijden. Met andere woorden, geletterdheid is intergenerationeel  overdraagbaar, maar laaggeletterdheid ook.

Samen met boeken bezig zijn

De vraag is in hoeverre het mogelijk is om zwijgzame ouders te stimuleren om  meer met hun kind te praten tijdens de dagelijkse gang van zaken. Boeken kunnen  daarvoor een eenvoudig middel zijn. Ook laaggeletterde ouders kunnen hun  kinderen laten profiteren van voorlezen. Zo bestaan er boekjes zonder tekst met alleen afbeeldingen, die al dan niet een verhaal vormen. Taalzwakke  ouders kunnen hierover praten met hun kind, zonder zelf te hoeven voorlezen. Ook kunnen zij samen met hun kind kijken naar geanimeerde digitale prentenboeken  die een positief effect hebben op de woordenschatontwikkeling en het verhaalbegrip van kinderen. In De Voorleeshoek worden prentenboeken voorgelezen.

Effect van vroeg voorlezen op taalontwikkeling

Uit onderzoek naar de woordenschatontwikkeling van baby’s blijkt dat baby’s op  de leeftijd van 15 maanden die wel werden voorgelezen significant meer woorden kennen  dan de baby’s die niet werden voorgelezen. Op de leeftijd van 22 maanden was  het effect van voorlezen zelfs nog toegenomen. Bij temperamentvolle baby’s  bleek het voorlezen extra profijt op te leveren, omdat het zorgt voor rust en  een betere interactie tussen ouder en kind (BoekStart  maakt baby’s slimmer, 2015).
Uit een aantal internationale studies naar de effecten van voorlezen bij 2- tot 6-jarigen blijkt dat kinderen die veel zijn voorgelezen niet alleen meer woorden kennen, maar ook hoger scoren op basisvaardigheden. Dat wil zeggen dat ze meer namen van klanken en letters kennen en beter klanken en woorden kunnen identificeren. Daarmee hebben deze kinderen een voorsprong bij het leren lezen en begrijpen van teksten.  Van peuters en kleuters die geregeld zijn voorgelezen, heeft bijna 70% voldoende woordenschat om een goede start te kunnen maken op school.

BoekStart en laagtaalvaardige gezinnen

De BoekStarttraining heeft een aparte module over de ontvangst van lagtaalvaardige ouders in de Bibliotheek. Ook zijn er speciaal folders ontwikkeld voor deze doelgroep, met veel beeld. BoekenPret vormt een verdieping van BoekStart in de kinderopvang voor doelgroepkinderen. Op het consultatiebureau kan de BoekStartcoach worden ingezet om contact te maken met  laagtaalvaardige ouders en hen toe te leiden naar  de Bibliotheek.

BoekStarttraining met module Ontvangst laagtaalvaardige ouders

Materialen voor laagtaalvaardige gezinnen:  BoekStartbestellijst  Voor laagtaalvaardige gezinnen  

BoekStart-BoekenPret / Speelontdekboeken

Handleiding BoekStartcoach

Handreiking Ouder-babygroep

Handleiding Voor jou en je kind


Achtergrondartikelen

Een beeld van de laaggeletterde ouder

Het gezin als sleutel in aanpak laaggeletterdheid

Leesbevordering in gezinnen met weinig leescultuur

  

Gezinsaanpak

Ouders spelen een cruciale rol bij de taal- en geletterdheidsontwikkeling van hun kinderen. Kinderen van ouders die zelf moeite hebben met taal, lopen een grotere kans taalproblemen te krijgen. Zo kan een cyclus van laaggeletterdheid ontstaan. De gezinsaanpak is er op gericht deze cyclus te doorbreken. Dat gebeurt door ouders te ondersteunen bij het creëren van een taalrijke thuisomgeving. Zo krijgen kinderen een betere kans om hun mogelijkheden te ontwikkelen.

Ga naar de website Bnetwerk voor alle informatie over de Gezinsaanpak

 

Afbeelding: uit de bijdrage van Martine van der Pluijm (docent/onderzoeker aan de Hogeschool Rotterdam) aan de Inspiratiedag BoekStart 2018.