Meten is weten

De monitor heeft als voornaamste doel de voorleesomgeving en het gedrag van de pedagogisch medewerker rondom leesbevordering in beeld te brengen. Daarnaast levert de monitor informatie over beleid en organisatie in de kinderopvangorganisatie rondom BoekStart in de kinderopvang. De monitor voedt de dialoog tussen de kinderopvangorganisatie en de Bibliotheek met het oog op versterking van de samenwerking.

De monitor zoomt in op de elementen die centraal staan bij BoekStart in de
kinderopvang. Het gaat hierbij om:

  • Hoe deskundig zijn de pedagogisch medewerkers en wordt hierin geïnvesteerd?
  • In welke mate wordt, in samenwerking met de Bibliotheek gezorgd voor een aantrekkelijke leesplek in de kinderopvang?
  • In welke mate wordt, in samenwerking met de Bibliotheek, een startcollectie geschikte boekjes opgebouwd?
  • Heeft voorlezen een vaste plek in de kinderopvang door het opnemen van een voorleesplan in het beleid?
  • Hoe ziet het leesbevorderingsnetwerk eruit? Wordt er samengewerkt met partners zoals de Bibliotheek en het CJG (Centrum voor Jeugd en Gezin) in een leesbevorderingsnetwerk?

De monitor bestaat uit drie vragenlijsten: voor pedagogisch medewerkers, voor de voorleescoördinator en/of locatiemanager en voor de betrokken bibliotheekmedewerker (de BoekStartcoördinator, de educatief medewerker of de voorleesconsulent).

Wat levert de monitor op?

Het belang van de monitor
  • Met de monitor kun je planmatig, doelmatig en wetenschappelijk onderbouwd werken aan de taalontwikkeling van kinderen.
  • De monitor geeft inzicht in de stand van zaken rondom BoekStart op de eigen locatie in vergelijking met landelijke gemiddelden. Met deze informatie kun je onderbouwd in kaart brengen wat goed gaat en waar verbetering nodig is.
  • Je kunt de informatie uit de monitor gebruiken om een nieuw voorleesplan op te stellen of een bestaand plan bij te stellen. Gebruik bij de gesprekken de BoekStart Praatplaat.
  • Aan de hand van de monitor kun je met pedagogisch medewerkers in gesprek gaan over hun gedrag op de werkvloer (hoe vaak lezen zij voor? Hoe gaat interactief voorlezen en wat hebben zij nodig om dit nog beter tot uiting te brengen?).
  • De monitor voedt de dialoog tussen de kinderopvangorganisatie en de Bibliotheek. Aan de hand van de monitor kan besproken worden op welke manier de samenwerking verbeterd kan worden.
  • Aan de hand van de gegevens uit de monitor kun je verantwoording afleggen aan ouders en subsidiegevers.